Pardoes de Tovernar en het Verdwenen Licht - 3

 
 

 

Pardoes de Tovernar en het Verdwenen Licht - schildje -|- Edits: het WWCW 2002
 

 
pagina 3 van 4

ga direct naar:

1  2  3  4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 


 

  Pardoes voelde zich ongemakkelijk. Hoe het gekomen was dat zijn tovertwinkels waren gestolen, wist hij niet, maar een ding was zeker: zij waren er de oorzaak van dat dit alles aan het gebeuren was en door zijn onoplettendheid was nu iedereen misschien wel in gevaar.
Pardoes gebaarde naar Pietertje. Hij wilde weg van hier. Terug naar de Sterrenkamer. Misschien kon hij in de weetboeken wat vinden over de zwarte tovertwinkels. Hij had ze nog nooit gezien en hij had er ook nog nooit van gehoord, terwijl hij in zijn opleiding toch het nodige had geleerd over de mogelijkheden van tovertwinkels.

Paddeltje en ZoekGoed gingen niet met ze mee. Paddeltje was ontzettend moe en wilde wat rusten, terwijl ZoekGoed wat rond ging kijken, op zoek naar aanwijzigingen. En dus gingen Pardoes en Pietertje opnieuw op weg naar de Sterrenkamer. Terwijl ze door het bos liepen viel het Pardoes op dat niet alleen dat bos, maar ook de huisjes die erin stonden er zo grijs uitzagen vandaag. De huisjes waren sowieso niet al te nieuw meer, maar waar bijvoorbeeld het kasteel van Doornroosje ooit zo trots en fier had geleken, had het nu meer weg van een kale ruine. Er was maar weinig activiteit in het sprookjesbos. Roodkapje stond niet op haar normale plaats, het kaboutervrouwtje had haar was afgehaald en was naar binnen gegaan en de heks van Raponsje was voor de afwisseling maar eens naar binnen geklommen en was samen met Raponsje diens vlecht aan het wassen. De heks was nogal een smeerpoets, ze waste zelden haar handen. Dit tot grote ergernis van Raponsje, de heks klom immers aan haar vlecht omhoog om binnen te komen en doordat haar handen zo vies waren werd deze helemaal zwart.
Pardoes werd er niet vrolijker op. Hij was wat moe van al het gedoe en het grijze en donkere sprookjesbos maakte zijn stemming er niet echt beter op. Hij had het sprookjesbos al vaak in de herfstperiode gezien, maar nooit was het allemaal zo grauw geweest.
Eenmaal terug in de sterrenkamer gingen hij en Pietertje op zoek naar antwoorden. Niet dat Pietertje zulke goede hulp was, de arme muis kon nauwelijks lezen, maar Pardoes kon wel wat gezelschap gebruiken.
Boek na boek werd doorgebladerd. Nergens was iets te vinden over zwarte toverwinkels. Pardoes zag het niet meer zitten. Nadat hij het boek "Tovertwinkels: Goed of Gevaarlijk?" half had doorgenomen smeet hij het met een smak op tafel. In gedachten had hij het al een beetje opgegeven.

Terwijl hij naar het boek staarde dat hij zojuist op de tafel had gegooid zag hij dat er een blad uitstak. Pardoes wilde het terug stoppen in het boek toen zijn oog viel op een afbeelding op het blaadje. Er stond een grijs geworden oude vrouw op. Ondanks dat Pardoes wist dat dit maar een afbeelding was liep er een koude rilling over zijn rug. Dit herkende hij ergens van. Hij las het bijschrift.


 
"De geschiedenis van de tovertwinkels kent zijn duistere kanten. In 1300 na Christus, het jaar waarin Jan I van Avesnes, graaf van Henegouwen huwde met Aleid van Holland, de zuster van Floris V, werd deze vrouw gevonden. Volgens dorpelingen was zij een vermeende heks. Ze werd gevonden in haar woning. Wat er precies met haar aan de hand was kon niemand vaststellen. De vrouw was in een diepe slaap, maar geen gewone slaap. De tovenaars die haar onderzocht hebben noemden het de Zwarte Slaap. In het begin is het slachtoffer moe en deze moeheid heeft. Het uiterlijk van de getroffene wordt langzaam steeds grauwer. In deze toestand kwijnt het slachtoffer langzaam weg, het licht der magie wordt deze persoon ontnomen en uiteindelijk heeft de Zwarte Slaap de dood tot gevolg. Bij deze heks is het zover niet gekomen. De tovenaars konden ook vaststellen wat de oorzaak was van deze onheilspellende ziekte. Na zorgvuldig onderzoek bleek dat deze persoon besprenkeld was met een uiterst kwaadaardige variant van tovertwinkels, de zwarte tovertwinkels. Helaas is van deze twinkels niet bekend hoe ze geproduceerd worden. Nadat de heks met enkele normale tovertwinkels was besprenkeld keerde het licht der magie terug in deze persoon."
 

Alle twinkels juist", zei Pardoes, "Dit is het. Daarom werkte de toverspiegel niet mee, daarom kon je de geest in het Spookslot niet meer zien, daarom waren de sterren en de maan niet meer zichtbaar. Het licht der magie was hen ontnomen." Hij vertelde Pietertje hoe de vork in de steel stak. Pardoes rende, vervuld van nieuwe hoop, meteen naar zijn Twinkelvanger, om nieuwe tovertwinkels in zijn zak te stoppen. Tot zijn grote ontzetting zag hij, nu pas, dat deze niet op de plaats stond waar hij hoorde. Iemand had de Twinkelvanger gestolen!
Pardoes was verbijsterd. Hoe had dit kunnen gebeuren? Voordat hij iets kon uitbrengen klonk er gebonk op de deur. Pardoes ging ernaartoe en maakte hem open. Het was ZoekGoed.
"KWAAK, Pardoes, KWAAK, je moet KWAAK meteen komen."
ZoekGoed was duidelijk erg opgewonden over iets.
"Wat is er dan?", vroeg Pardoes.
"Ik KWAAK weet wie dit KWAAK gedaan heeft en waar hij zich KWAAK schuilhoudt."
"Wie dan?", vroeg Pardoes.
"Het is KWAAK Pantagor!", brulde de kikker.
Er ging opnieuw een koude rilling over de rug van de tovernar, en hij zag ook aan de uitdrukking op Pietertjes gezicht dat deze erg verschoten moest zijn van dit nieuws.
"Natuurlijk", mompelde Pardoes, "Hij is de enige die zoiets kwaads zou kunnen doen."
 
Pantagor was de aartsvijand van Pardoes. Eens was hij, net als Pardoes, in opleiding geweest bij de Grootmagister op Symbolica. Zijn enige drijfveer was echter macht geweest, hij wilde niet dienen maar heersen. De Grootmagister had hem voor straf verjagen van Symbolica, waarna Pantagor zich was gaan verschuilen in de duistere krochten van melkwegen. Hij was erg jaloers op Pardoes omdat deze de titel "tovernar" had. Pantagor vond dat die hem toebehoorde.
"Pardoes, ik eh… ik durf niet, met je mee", fluisterde Pietertje angstig.
"Dat hoeft ook niet", zei Pardoes, "Je bent al moedig genoeg geweest vandaag. Dit is iets wat ik en ik alleen op moet lossen."
"En daarin vergis je je", zei een bekende stem achter hem. Pardoes draaide zich om en zag Pardijntje. Ze droeg een grote zak waar iets in zat.
"Sorry dat ik wat laat ben, maar ik moest nog even dit halen", zei ze en ze tikte op de zak.
Het viel Pardoes op dat iedereen er vermoeid uitzag. Zonder twijfel was dit het gevolg van de Zwarte Slaap die veroorzaakt werd door de zwarte tovertwinkels.
"Wat zit erin?", vroeg Pardoes.
"Dat kan ik nu nog niet zeggen. Laten we maar zeggen dat het een eh… gevoelige inhoud heeft."
"Weet je zeker dat je meewilt?", vroeg Pardoes, " Het kan wel eens een zeer onprettige ervaring gaan worden."
Pardijntje nam zijn hand: "Ja, Pardoes, die doen we samen. Ik weet het zeker."
"Ik ga KWAAK ook met jullie mee. Iemand moet jullie immers de weg wijzen. Maar we moeten wel meteen gaan, voor het te laat is", brulde ZoekGoed ongeduldig.

En zo ging het gezelschap op pad. Door het sprookjesbos. De toch al niet opperbeste stemming van Pardoes werd nog verder omlaag gehaald bij het zien van het bos. Het was duidelijk te zien dat hier iets heel kwaads en duisters aan het werk was. De huisjes zagen er allemaal nog ouder en meer vervallen uit dan normaal. Overal waren de gordijnen dicht en niemand was nog buiten. Pardijntje ging iets dichter tegen hem aanlopen en ook ZoekGoed zorgde ervoor dat er niet teveel afstand tussen hen kwam. Het was doodstil.
De drie liepen het sprookjesbos uit en kwamen bij het dwarrelplein. Geen mens. Aan het uiteinde van het dwarrelplein stond het Huis van de Vijf Zintuigen. De lucht boven het de vijf puntdaken was niet grijs, maar zwart. ZoekGoed stopte en wees:
"Hier is het. Hier zit KWAAK Pantagor. Hier houdt hij zich schuil"
"Par doe pie doe, onder het dak?", vroeg Pardoes?
"Nee", brulde ZoekGoed, "in het KWAAK Huis eronder"
Jarenlang was Pardoes tovernar geweest in het Huis van de Vijf Zintuigen, waar vijf broers hadden geregeerd. Maar dat was nu al honderden jaren geleden. Het Huis was weggezakt en alleen de vijf puntdaken die erboven stonden en die elk een van de vijf zintuigen symboliseerden waren nog zichtbaar. Het was jaren geleden dat Pardoes voor het laatst in het Huis was geweest en eigenlijk wist hij ook niet meer hoe hij er binnen moest komen.
Hij vroeg dan ook aan ZoekGoed: "Hoe eh… hoe komen we binnen?"
"Volg mij maar.", zei Zoekgoed.
Pardoes en Pardijntje volgden ZoekGoed naar binnen. Toen ze onder het dak waren, volgden ze ZoekGoed. Op een gegeven moment stopte hij. Hij ging een deur door en ze stonden aan de voet van een wenteltrap die naar de top van een van de puntdaken leidde. De trap die naar beneden had geleid, het Huis in, was ingestort. Althans dat dacht Pardoes. Want toen ZoekGoed tegen een van de stenen in de muur drukte begon de vloer voor hen naar beneden te zakken en langzaam een wenteltrap te vormen.
"Goed gedaan partner, ga door!", zei Pardoes.
 

Naar pagina 2  Naar pagina 4