Attracties - Sprookjesbos - De Indische Waterlelies

 
 
De Indische Waterlelies -|- edits: Friso Geerlings © het WWCW 2005  
In Indië was een woud dat overdag altijd rustig en stil was, maar dat elke nacht tot leven kwam, wanneer de schemering inviel. Krekels begonnen dan te tjirpen, kikkers te kwaken en vogels te fluiten en tegen middernacht verscheen een oude heks met lange, verbleekte haren, die eruit zagen alsof ze van mos waren. Wanneer de heks tevoorschijn kwam, keek ze altijd een tijdlang met haar roodomrande ogen naar de hemel, verschool zich dan in een holle boom en begon met wonderbaarlijke stem te zingen. Want alhoewel de heks heel lelijk was, had ze de mooiste stem die je je maar kunt voorstellen; het klonk dan alsof alle nachtegalen van het woud samen zongen
 
Tempelplein van 'De Indische Waterlelies' -|- Foto: Friso Geerlings © het WWCW 2005
Embleem 'De Indische Waterlelies' -|- Tekening: Bram Elstak © het WWCW 2005
Sprookje:
De Indische Waterlelies

Publicatietitel:
-

Opgetekend door:
Fabiola de Mora y Aragon

Openingsjaar:
1966

Ontwerp:
Anton Pieck

Ingesproken door:
Barbara Hofman

Type sprookje:
Volledig geconditioneerd binnentafereel

 

   



Was het u reeds bekend dat...

...de Efteling het jubileum van de Indische Waterlelies de laatste tijd graag onder de aandacht brengt? Zo was er uitvoerig aandacht voor zowel het zesde als het zevende lustrum van het sprookje.


...wie de oude toren van de Indische Waterlelies mist niet hoeft te treuren? De sierlijke witte toren is namelijk nog te vinden op het entreebord van het bos naast de Heksenpoort.


...wie goed kijkt kan zien dat de vogels echt hun uiterste best doen op de Afrikaan Beat? Ze hebben namelijk van inspanning en concentratie een poot op hun borst geklemd. Eén van de zingende vogels was vroeger overigens rood van kleur.


...het door de heks gezongen nummer van de Peruaanse zangeres Yma Sumac voor het eerst werd uitgegeven in 1946? Het is als "Taita Inty" (Virgin of the Sun God) te vinden op haar debutalbum "Voice of the Xtabay". Overigens leeft Yma bij het online gaan van deze rubriek (2005) nog gewoon. Ze is wel inmiddels 84 jaar oud.

 

 

Op een nacht was de Maanfee met haar gevolg van sterren uit de hemel afgedaald om te dansen op de waterspiegel van het oude woudmeer. Zodra de manestraal het water aanraakte, kwamen er ontelbare feeën uit te voorschijn, de ene al mooier dan de andere. Op de muziek van de verlokkende stem van de heks, bijgestaan door een koor van andere dieren uit het woud die zij met haar stem betoverd had, dansten de feeën tot het ochtendgloren. Twee feeën, Nydia en Irina, bleven zelfs dansen nadat de Maanfee het teken gegeven had dat de nacht voorbij was. Behekst door de betoverende stem bleven de twee feeën achter toen het zonlicht aan de einder verscheen. De heks, die dat mTempelwachter -|- Foto: Bram Elstak © het WWCW 2005oment had afgewacht, kwam uit haar schuilplaats en smeekte aan de opgaande zon: "Majesteit! Neem met uw vuurstralen de glans van die feeën weg en verf er mijn kleurloze haren mee!" De zon kon niet anders dan naar de heks luisteren, want ook de zon was in de macht van de toverstem van de heks, maar toen dat was gebeurd, waren de feeën nog steeds zo mooi, dat de heks ze uit nijd in stervormige bloemknoppen omtoverde: waterlelies. Alleen wanneer het middernacht werd, gaf zij hen hun oude gedaante weer terug, zodat ze voor haar konden dansen. Vol heimwee keken Nydia en Irina dan naar de hemel, en zochten daar hun koningin, de Maanfee, en hun zussen, de sterren.

De hemel kon hen hun vroegere glans niet teruggeven, maar uit goedheid schonk hij de feeën een beetje van zijn helderblauwe azuur. Daardoor komt het dat, tot op vandaag, waterlelies ― die bij ons wit van kleur zijn ― in Indië blauw zijn.

De oorsprong van het sprookje
‘De Indische Waterlelies’ is een zogenaamd "cultuursprookje". Dat wil zeggen dat het niet het resultaat is van een eeuwenlange overlevering, maar dat de auteur ervan bekend is (wat bij volkssprookjes nooit het geval is) en de auteur voor het schrijven van het sprookje geen beroep deed op bestaande sprookjesmaterie. ‘De Indische Waterlelies’ is één van de twaalf sprookjes uit de bundel "Los doce Cuentos maravillosos", die de Belgische koningin Fabiola schreef in 1955, vijf jaar voor ze huwde met wijlen koning Boudewijn en de vijfde koningin van België werd. De twaalf sprookjes uit de bundel variëren van dierensprookjes ("Hoe de slakken hun huisje kregen", "Flip en de zonnebloemen") tot wondervertellingen ("Het dwergje met de baard", "De prins van de witte bergen"). Fabiola schreef de bundel oorspronkelijk in het Spaans en publiceerde het boek in Madrid, waar ze ― als dochter van de markies van Mora ― toen nog woonde. In 1961 werd de sprookjesverzameling naar het Nederlands vertaald. De auteursrechten van "Twaalf Wonderlijke Sprookjes", zoals het boek in het Nederlands heet, worden gedoneerd aan een goed doel.

De heks, die met de pracht van de feeën heur haar wilde kleuren. -|- Foto: Bram Elstak © het WWCW 2005

In de Efteling is het sprookje enigszins aangepast. In plaats van twee betoverde elfjes zijn het er zeven en een reden waarom de heks de feeën omtovert in waterlelies, wordt in de inleidende samenvatting van het verhaal, die voorgelezen wordt door Barbara Hofman, niet gegeven. In het sprookjesboek van de Efteling is het aantal feeën ook zeven. Op de oude langspeelplaten met luistersprookjes van de Efteling is het verhaal ingrijpender bewerkt door Herman Broekhuizen. Hier zijn de hoofdrolspelers twee dwergen, Radja en Padja, die het schouwspel in het woud gadeslaan. Het is Radja die zo onder de indruk is van de dansende feeën dat hij aan de heks vraagt of ze de feeën niet kan blijven laten dansen. De heks willigt zijn verzoek in: twee feeën worden betoverd zodat ze op aarde moeten blijven wanneer de andere feeën met de Maanfee terug naar de hemel trekken. Bovendien gaat in de hoorspelversie van het sprookje de zon niet in op de wens van de heks: zij krijgt de zilverglans van de feeën niet. Daarop wordt de heks zo kwaad, dat ze de feeën als straf in waterlelies verandert.

Het sprookje in de Efteling
Het is Peter Reijnders, de man die samen met Anton Pieck in de jaren vijftig aan de wieg van het Sprookjesbos stond, die op het idee komt om ter gelegenheid van de vijftiende verjaardag van het park in 1966, een sprookje van koningin Fabiola een plaats in de Efteling te geven. In 1962, een jaar nadat Fabiola's sprookjesbundel in het Nederlands verschijnt, trekt Reijnders naar het Koninklijk Paleis van Laken om er de Belgische koningin de toestemming te vragen om ‘DGij mensenkinderen, in uw nietigheid... -|- Foto: Friso Geerlings © het WWCW 2005e Indische Waterlelies’ in de Efteling tot leven te brengen. Reijnders krijgt een kwartier om de koningin te overtuigen, maar Fabiola is zo geboeid dat het gesprek uiteindelijk twee uur uitloopt. In dat opzicht doet ze niet onder voor Pieck, die het zelfde lot van Reijnders-overrompeling een jaar of tien eerder onderging. Ze geeft haar toestemming; de Efteling moet haar niets betalen, maar wel een bedrag storten voor een goed doel.

‘De Indische Waterlelies’ zou het eerste Efteling-wonder worden in de stijl van het Spookslot, Fata Morgana en Droomvlucht. Weliswaar zou er geen transportsysteem komen, maar voor het eerst zouden bezoekers in een verduisterde en uitsluitend van kunstlicht voorziene ruimte ondergedompeld worden in een sprookjesachtige wereld die volledig gecreëerd zou worden aan de hand van decors, animatronics en muziek. Zelfs qua thematische uitwerking, met wouden, dieren, elfen, kan het sprookje worden beschouwd als de verre voorloper van Droomvlucht.

Op een oppervlakte van één hectare werd een Indisch aandoend tempelplein opgetrokken, voorzien van een grote, blinkende fontein, mysterieuze oosterse ornamenten en twee gigantische (door echte Thaise voorbeelden geïnspireerde) tempelwachters. Een dubbele deur achter de fontein geeft toegang tot een duistere grot, waarin een brede gang uitkomt op een panorama van het woudmeer uit het sprookje, omzoomd door exotische planten, een kleine waterval en een rustige kreek. Het geheel werd getekend door Anton Pieck en technisch uitgewerkt door Peter Reijnders en Peter Smulders. In de laatste fase van het 300.000 gulden (136.000 euro) kostende project (dat oorspronkelijk op slechts 180.000 gulden, zo'n 82.000 euro, was begroot) werd ook de toen 22-jarige Ton van de Ven bij het sprookje betrokken; de pas afgestudeerde student industriële vormgeving werd aangesteld als chef vormgeving en decoratie en hielp mee aan de decoratie van het gebouw en de grotten. De meeste techniek van het sprookje — in de beginjaren grotendeels mechanieken gemaakt van touwtjes, luchtdrukpersen en raderwerken — werd door de Efteling zelf ontworpen; voor een enkele pneumatische aandrijving (onder meer voor het kikkerorkest) werd een beroep gedaan op externe bedrijven. Uiteindelijk werd tweeëneenhalf jaar gewerkt aan het sprookje. De financiële aderlating die het park moest doen om het een en ander rond te krijgen was dusdanig groot, dat het sprookje ook voor de nodige crises in het stichtingsbestuur zorgde. Gelukkig bleek het allemaal niet voor niets te zijn geweest.

De vijver in het oerwoud, waar de feeën dansen in hun lelies. -|- Foto: Friso Geerlings © het WWCW 2005

Hoewel de officiële opening van het sprookje, op 3 mei 1966, in technisch opzicht desastreus verliep (veel van de animatronics deden het niet, waardoor enkele medewerkers ternauwernood de poppen met de hand moesten bewegen), waren de gasten, waaronder de Nederlandse ambassadeur van België, zwaar onder de indruk. "Het artistieke en technische wonder dat ik vanmiddag heb mogen openen, heeft mijn stoutste verwachtingen overtroffen," oordeelde de ambassadeur, en toen koningin Fabiola een jaar later, in 1967, het park incognito bezocht om haar sprookje in het echt te aanschouwen, vertelde ze Peter Reijnders dat ze "dolenthousiast" was. Ook het publiek viel gelijk voor ‘De Indische Waterlelies’ en tot op vandaag is het één van de populairste sprookjes in het Sprookjesbos. De gebruikte muziek, Afrikaan Beat van Bert Kaempfert (verkrijgbaar op diverse Efteling-CD's) en de Incagezangen van de exotische Peruaanse Yma Sumac, die haar vijf octaven omvattende stem leende aan de heks, heeft in Nederland en Vlaanderen de status van "Efteling-muziek" verworven, ook al is het geen muziek die voor de Efteling werd gecomponeerd. ‘De Indische Waterlelies’ heeft ook dankzij het Suske en Wiske-album "De Efteling-elfjes" (nr. 168), dat in 1978 versDe Pieck-kikkers swingen er op los. -|- Foto: Bram Elstak © het WWCW 2005cheen, enorm aan populariteit gewonnen. Een mooiere afsluiter voor zijn illustere carrière kon de 67-jarige Peter Reijnders, die na de voltooiing van ‘De Indische Waterlelies’ met pensioen ging, zich niet hebben gewenst.

Ter gelegenheid van dertigste verjaardag van ‘De Indische Waterlelies’, in 1996, die met de nodige luister werd gevierd, werden het hele gebouw, het tempelplein, de grot en de decoraties gerenoveerd. Er kwamen ook zeven nieuwe elfjes en een jaar later, in 1997, zorgden een nieuwe aansturing en mechaniek van de heks ― die in de loop van dertig jaar overigens een aantal keren van gedaante is veranderd ― ervoor dat haar bewegingen vloeiender en minder repetitief werden. Het torentje boven de ingangsgalerij aan het tempelplein werd in 2004 verwijderd; volgens velen gebeurde dit omdat het anders te sterk zou contrasteren met de stijl van ‘Het Meisje met de Zwavelstokjes’, dat tegen de achterkant van het gebouw van ‘De Indische Waterlelies’ werd opgetrokken.
 

 
Gij mensenkinderen in uw nietigheid,
hoort ons aandachtig aan:
Zo gij deez’ tempel open ziet,
dan kunt gij verder gaan.
Doch zo de deur gesloten is,
vragen wij u geduld.
Dra wordt het geheim, zo streng bewaakt,
ook weer voor u onthuld.
Eén ding moeten wij u vragen,
uw goede naam ten spijt.
Laat prul en prop niet slingeren
en mijdt baldadigheid.

 

Het sprookje is terug te vinden in het sprookjesboek van de Efteling, "Sprookjes van de Efteling", en als luistersprookje op de zesde CD (CNR 100.393-2). Voor deze CD werden trouwens de originele geluiden uit het park gebruikt; het gezang van de heks is in een langere versie te horen op deze CD dan in het park. Eén elfje van ‘De Indische Waterlelies’ staat bovendien afgebeeld op de Efteling-dukaten. De nieuwe ReDi-Entertainmentreeks bevat het sprookje ook, en wel op Efteling-sprookjes CD 3.

Ansichtkaart 'Natuurpark de Efteling' - De Indische Waterlelies -|- Scan: Friso Geerlings © het WWCW 2005

 

 

© 1998 - 2005 Het Wondere Wereld Web / Het Wonderlijke WC Web | teksten: Erwin Taets, Friso Geerlings en Paul Melssen