Attracties - Sprookjesbos - Zoals het begon

 
 
Zoals het begon -|- edits: Friso Geerlings © het WWCW 2005  
Het verhaal van het Sprookjesbos begint op verschillende plaatsen in Noord-Brabant. Het omvat vele toevalligheden, maar evenzoveel briljante concepten waarvan de gevolgen duidelijk zijn geweest vanaf dag één. Een drietal mannen, allen gestoken in een keurig pak, speelt de hoofdrol. Een hoofdrol in een verhaal dat voorlopig nog geen einde kent, omdat het Sprookjesbos het hart van de Efteling is en blijft, voor toen, nu, en zonder twijfel tot ver in de toekomst.
 
Het kasteel van Doornroosje op een oude ansicht -|- Scan: Friso Geerlings © het WWCW 2005
 
   


 
Historisch overzicht Sprookjesbos -|- Logo: Friso Geerlings © het WWCW 2005

Sommige gebeurtenissen en nieuwigheden zijn niet of bijna niet in één specifiek jaar te plaatsen. Deze zijn dan ook per decennium bij elkaar gezet na de betreffende jaartallen.

1952
Opening Sprookjesbos
Kasteel van Doornroosje
paddenstoelenparcours
Langnek
Sprekende Papegaai
Chinese Nachtegaal
Put en huisje Vrouw Holle
Toiletten en kabouter Kleine Boodschap
Grot van Sneeuwwitje en de zeven dwergen
Herautenplein met de Kikkerkoning, de Magische Klok en de Prinsenpoort
Muzikale paddenstoelen
Siertuin

1953
Klein Duimpje-prullenmanden
Inrichting kamers in kasteel van Doornroosje. Toevoeging bewoners: Doornroosje, schildwacht en twee slapende koks
Roodkapje en de wolf
De Rode Schoentjes


1954
Heksenpoort als ingang van Sprookjesbos. Soldatenpoort toegangspoort Anton Pieckplein, later gebruikt als zij-ingang Sprookjesbos
Borstbeeld Kogeloog. Beeld met rijmpje en vijvertje verdwijnt enkele jaren later
Magische Liefdesbron
Vijver rond Kikkerkoning

1955
Vijvertje rond Langnek
Hans en Grietje

1956
Ezeltje-strek-je in Speeltuin

1957
Duiventil achter grot van Sneeuwwitje voor gekleurde duiven op Herautenplein

1958
Vliegende Fakir

1960
Huisje van grootmoeder van Roodkapje. Houten Roodkapje-tafereel verdwijnt

1961
Beeldje “Tien jaar kindervreugde” in Siertuin

1952 - 1961
Wegwijzers en borden
Langneks eerste gedaanteverwisseling
In den Noordpool
Omvorming houten Roodkapje tot wegwijzer
Menuet van Bach uit muzikale paddenstoelen ter vervaninging compositie Jan van Oort
Toevoeging en verdwijnen "watereffect" put Vrouw Holle
Verwijdering ijzeren "basket" Kikkerkoning

1962
Herautenplein bestraat met maaskeitjes
Spiegeltje aan de wand in Sprookjesmuseum

1963
Sprookjesmuseum met sprookjesattributen in vitrines en knuppel-uit-de-zak aan muur
Kleine Boodschap gestolen door studentenvereniging


1964
Magische Liefdesbron verdwijnt, decortje blijft behouden. Opening Dansende Dolfijn
Start bouw Indische Waterlelies


1965
Knuppel in Sprookjesmuseum bewegend gemaakt
Verkooppunt op Herautenplein


1966
Indische Waterlelies

1967
Niveauverschil in vloer bezoekersruimte Indische Waterlelies

1968
Aanleg van spoortraject van Stoomtrein, welke aan west- en noordkant van het Sprookjesbos grenst

1970
Dansende Dolfijn verdwijnt, decortje blijft behouden. Opening Zeemeermin
Opa Gijs

1962 - 1971
Verhalen ingesproken door Peter Reijnders bij 'De Zes Dienaren' en 'De Magischë Klok'
Verkooppunt Kogeloog
Wagen Gijs

1972
Grote bewoonde Kabouterhuis

1973
Boekanier Gijs
Wolf en de Zeven Geitjes

1974
Holle boom met muziekkabouter

1975
Toevoeging speelkamer aan huisje Zeven Geitjes
Nieuwe grot voor Sneeuwwitje, met animatronickabouters en veel mooier decor


1977
In den Ouden Marskramer
Poppen Hans en Grietje vervangen door animatronics


1979
Lichaam, inclusief hals, van Langnek vernieuwd. Eerder werd het hoofd van de dienaar al vervangen. Deze gedaantevernieuwing is de laatste die Langnek heeft ondergaan
Draak Lichtgeraakt vervangt Chinese Nachtegaal. Muurtje en tak van nachtegaal blijven behouden en maken nu deel uit van decor draak


1980
Kabouterdorp compleet door toevoeging van paddenstoel met schrijvende kabouter en waterradhuisje van kabouterechtpaar
Nieuwe stem (Barbara Hofman) voor verhaal Indische Waterlelies


1981
Nieuw kasteel Doornroosje Torenkamerscène Doornroosje uitgebreid met spinnende boze fee

1972 - 1981
Sluiting 'In den Noordpool'
Nieuw hoofd Langnek
Verandering ligging hoofdingang Sprookjesbos
Verhalen van veel sprookjes ingesproken door Wieteke van Dort
In plaats van chocolade- nu plasticdukaten met sprookjesfiguren uit Ezeltje



Het historisch overzicht gaat verder op
deze pagina
 

De vertelling begint natuurlijk allereerst in Kaatsheuvel, waar stichting ‘Natuurpark de Efteling’ in 1950 werd opgericht ter vervanging van de stichting ‘Sportpark’ van pastoor de Klijn en kapelaan Rietra. De twee geestelijken exploiteerden hun trapveldje en speeltoestellen al jaren ter vermaak van de lokale jeugd, maar in die eenvoudige, kleinschalige Katholieke gemeenschapszin was behoorlijk wat verandering gekomen met de komst van een nieuwe burgervader in de gemeente. De autoritaire maar vooruitziende Van der Heijden had op kosten van de gemeente (400.000 gulden) vijvers laten graven, gazons laten zaaien en paden laten leggen. De ingenieurs Heidelberger en Markvoort maakten het plan, en zo werd het ook uitgevoerd. Niet zomaar natuurlijk; Van der Heijden zag in dat de Langstraat niet tot in de eeuwigheid op schoenmakerij kon draaien. Toerisme was zijn wedpaard, en het juiste, naar al snel bleek.

Met Van der Heijden is de eerste hoofdpersoon op het toneel verschenen. Voor de tweede hoeven we niet ver te zoeken: de Eindhovense cineast Peter Reijnders was namelijk de zwager van Van der Heijden; een rascreatieveling en onstuitbare uitvinder/knutselaar Buste van Kogeloog, op een oude ansichtkaart van Anton Pieck -|- Scan: Friso Geerlings © het WWCW 2005met ideeën te over. Toen de burgemeester (of eigenlijk zijn vrouw, maar dit speelt zich voor het feminisme af) hem op een familiefeestje in 1951 vroeg eens na te denken over een verdere invulling van ‘De Efteling’ was Reijnders snel gestrikt. Een idee had de meermaals bekroonde filmer al; in dat zelfde jaar ontwikkelde hij namelijk voor het zestigjarig bestaan van de N.V. Philips in zijn stad een tijdelijk sprookjespark vol technische snufjes. Zoiets moest de Efteling (waar men stug doorwerkt aan theehuizen, speeltuinen en plannen voor een zwembad en een heus panoramarestaurant) ook krijgen, maar dan groter en beter, is zijn insteek.

Reijnders is echter zeer wel op de hoogte van zijn kwaliteiten en gebreken. Hoe ver zijn technisch talent en gevoel voor kwaliteit ook reikt, een écht mooi nostalgisch sprookjesbos ontwerpen kan hij niet. Anton Pieck (ah, daar is nummer drie!), romatiserend illustrator van honderden boeken en sprookjesbundels, kan dat natuurlijk wél. Reijnders stelt zich tot doel zijn techniek te combineren met de ingetogen esthetiek van Pieck. Er is nog slechts één horde te nemen tot het Sprookjesbos-drietal compleet is: hoe haalt hij Anton Pieck over zich in het unieke Noord-Brabantse avontuur te storten?

Gestoken in zijn netste pak en met zijn immer vlotte babbel paraat vertrekt Reijnders naar Overveen om daar zijn plannen aan de illustrator voor te leggen. Een eerdere “neen” van Pieck door de telefoon heeft hem niet uit het veld geslagen. Een geforceerde afspraak van vijftien minuten lijkt hem genoeg om de plannen te kunnen uitleggen en daarmee de weg naar samenwerking in te slaan. Pieck ziet het werkelijk niet zitten. Bordkartonnen sprookjes zullen het vast worden, in felle kleuren. Zijn stijl past helemaal niet in dat park met die moderne speeltuin. Bovendien heeft hij geen tijd. Maar Reijnders geeft niet op, praat en praat, tot Pieck lacht: het ijs is gebroken, een Sprookjesbos geboren. Jo Pieck heeft het wel door: haar man is gevallen voor de bezwerende dosis enthousiasme van de Eindhovense techniektovenaar.
 

Oude ansicht uit de jaren '50, met de Prinsenpoort op het 'Kastelenplein' -|- Scan: Friso Geerlings © het WWCW 2005

Reijnders moet Pieck wel een aantal beloften doen, die hij echter met graagte en in wederzijdse overeenstemming maakt: bij de bouw van het Efteling-Sprookjesbos zal alleen met authentieke materialen gewerkt worden, echte oude stenen, echte dakpannen, echte houten balken, waaraan je je kunt stoten zonder dat ze breken en uit karton blijken te bestaan. Hij belooft Pieck dat alles zo gebouwd zal worden dat mensen de indruk zullen hebben dat dit geen tekeningen zijn van Pieck die in 't echt zijn nagebouwd, maar andersom: dat de gebouwen er eerst waren en Pieck ze vervolgens aan het papier heeft toevertrouwd. Die visie bevalt Pieck en algauw merkt hij dat hij nog wel meer met Reijnders gemeen heeft: beide mannen willen mensen een romantische bril opzetten en een artistieke wereld creëren te midden van een jachtige samenleving.

Hans Vogelesang (in: “Anton Pieck, zyn leven, zyn werk”) beschrijft Piecks nostalgische zienswijze als een dichotomie, een samengaan van het "bezonken verlangen naar een geïdealiseerd verleden" en "de fantastische sfeer van sage en sprookje". Wat deze dichotomie samenhoudt is de feilloze smaak, de fijne humor en de meesterlijke techniek van de tandem Reijnders-Pieck. Beide mannen blijken elkaar perfect aan te voelen en aan te vullen. Ze gaan vol goede moed aan de slag: Pieck maakt honderden ontwerpen voor talloze bouwwerken, sprookjesfiguren en decoraties, terwijl Reijnders met het oog vHet Paddenstoelenparcours op een oude ansicht -|- Scan: Friso Geerlings © het WWCW 2005an een psycholoog die onfeilbaar zeker de verlangens van het kind, en het kind-in-de-volwassene, weet te peilen, op zoek gaat naar manieren om de ontwerpen van Pieck leven in te blazen.

Het tweetal en hun gemeentelijke opdrachtgever hebben geen tijd te verliezen. Het Sprookjesbos moet in mei 1952 namelijk haar poorten openen. In het voorjaar van dat jaar werken bouwlieden op kosten van de gemeente, die door toedoen van Ven der Heijden nog eens 600.000 gulden naar het park schuift, aan de sprookjesachtige bouwsels van Pieck. Een kasteeltje verreist op een zandheuvel, een put wordt gegraven, houten beelden worden geplaatst, een kasteelplein gelegd: de basis van het Sprookjesbos zoals we dat nu nog zo goed kennen ontstaat in niet veel meer dan een lenteseizoen. Reijnders experimenteert er op los: bandrecorders, korsetbaleinen, voetballen, orgelmechanieken, elastiek en touw: de hele santenkraam past hij toe om het bos tot een levend geheel te maken. Beide heren houden het proces nauwgezet in de gaten; geen detail ontsnapt aan hun kritisch oog. Op de achtergrond trekt Van der Heijden als een waarachtig en correct aristocraat aan de touwtjes.

Een paar dagen voor de grote dag op 31 mei 1952, werkt lang niet alles naar behoren; hiermee ontstaat meteen een Efteling-traditie die later door het Droomvlucht-debacle nieuwe proporties krijgt. Met man en macht werkt een team van (o.a. Philips-)medewerkers aan de technische kant van de sprookjes. Er is twijfel over het succes van de weerbarstige uitbeeldingen. Zal het publiek het kunnen waarderen? Wordt het een succes?

Sneeuwwitje in haar glazen kist (afbeelding van een oude ansicht) -|- Scan: Friso Geerlings © het WWCW 2005

En dat succes, dát is er gelukkig wél. Wanneer het Sprookjesbos, en daarmee de Efteling in haar nieuwe incarnatie op 31 mei 1952 haar poorten opent, vermoedt niemand dat aan het eind van het seizoen 222.941 bezoekers zullen worden genoteerd. De totale investering van ongeveer een miljoen gulden, waarmee het park, het Sprookjesbos, de speeltuin én het Café-restaurant zijn aangelegd en gebouwd, blijkt te renderen. Anton Pieck was er anders niet echt gerust op: "Het was gek," vertelt hij in de videodocumentaire die naar aanleiding van zijn 85ste verjaardag werd gemaakt, "ik had gedacht: dat wordt een groot fiasco. En ik had ook gedacht dat als ik een jaar later nog eens in de buurt van Kaatsheuvel kwam, dat ik dan een beetje moest oppassen omdat het een grote mislukking zou worden." Maar het tegendeel blijkt waar: het Sprookjesbos is een schot in de roos en Anton Pieck zal nog tot vlak voor zijn dood in 1987 heel regelmatig een bezoek brengen aan Kaatsheuvel. Zonder schaamte of vermomming.

Niet alleen het publiek is enthousiast, maar ook de pers schrijft zeer lovend over het sprookjesproject van Pieck en Reijnders, die 31ste mei. "De vindingrijkheid van PHet monument voor de drie grondleggers van het Sprookjesbos -|- Foto: Friso Geerlings © het WWCW 2005eter Reijnders," jubelt het Eindhovens Dagblad enigszins chauvinistisch door de grote Eindhovense inbreng in het geheel, "die met zijn technische medewerkers dit alles mogelijk maakte, en de artisticiteit van Anton Pieck kregen hier de unieke kans een sprookje in vier dimensies te realiseren. Het resultaat is verrassend; de techniek is hier in dienst gesteld van de ieder aansprekende romantiek en groot en klein waant zich in een andere wereld."

Ter ere van het drietal Van der Heijden, Reijnders en Pieck wordt in 1992, in het Sprookjesbos, een monument in de vorm van een driekantige zuil onthuld. Vanaf hun wolkjes in de hemel kijken de aartsvaderen van de Efteling vast met vreugde en een goedkeurende blik toe hoe hun creatie dat jaar uitgeroepen wordt tot het beste attractiepark ter wereld. Toch heel wat, voor iets dat ooit begon met enkel wat échte stenen en korsetbaleinen.

 

© 1998 - 2005 Het Wondere Wereld Web / Het Wonderlijke WC Web | teksten: Erwin Taets, Friso Geerlings en Paul Melssen