Attracties - Sprookjesbos - Een Sprookjesbos Verrijst

 
 
Een Sprookjesbos Verrijst -|- edits: Friso Geerlings © het WWCW 2005  
In de maanden voor de opening van het Sprookjesbos kreeg de pers steeds meer interesse voor het bijzondere project dat in Kaatsheuvel in ontwikkeling was. Op deze pagina is een uitvoerig artikel te vinden dat vroeg in 1952, nog voor de opening van het Sprookjesbos, gepubliceerd werd door het "Dagblad van Midden Brabant".
 
Het kasteel van Doornroosje -|- Scan:  Friso Geerlings © het WWCW 2005
 
   

De heren Pieck. Reijnders, Op den Kamp en Peeters-Weem -|- Scan:  Friso Geerlings © het WWCW 2005

Er zijn de laatste jaren in Nederland ter gelegenheid van feesten of herdenkingen in verschillende steden en dorpen heel wat imitatiesteden en sprookjestuinen verrezen. Ze hadden alle slechts een kortstondig bestaan, met al hun gevels en figuren van karton en linnen. Men mocht er nooit op de vensterbanken leunen, omdat men anders gevaar liep een deel van het “huis” te vernielen; men kon er de muren niet aanraken zonder de waterverf te beschadigen. In het Brabantse dorp Kaatsheuvel zal echter een sprookjesbos verrijzen met een permanent kasteel, dat zo echt is, dat men zich een buil op het hoofd kan stoten tegen de stenen muren en de houten balken. Het is oud en schilderachtig op een wijze, zoals alleen een sprookjeskasteel oud en schilderachtig kan zijn. Voor het eerst wellicht in de geschiedenis wordt hier het sprookje werkelijkheid.

Het natuurpark “De Efteling” bij Kaatsheuvel, waarin dit sprookjesbos zal komen, is een uitgestrekt terrein van vijfenzestig hectaren. Oorspronkelijk was het een klein stukje grond, dat in parochieel verband was aangekocht om er een speeltuin, een paar sportterreinen en een wandelpark aan te leggen. In 1949 is dit terrein overgegaan in handen van een speciale stichting. Het werd met grote stukken bosgrond uitgebreid en met medewerking van de gemeente door de Nederlandse Heidemaatschappij veranderd in een recreatieoord, zoals er waarschijnlijk geen tweede in Nederland is. Er zijn thans twee grote speeltuinen, een voor oudere kinderen en een voor kleuters. Voorts zijn reeds klaargekomen of nog in aanleg: een grote siervijver met een waterval, een zwembad, vier tennisbanen, een kanovijver, een roeivijver, sportvelden voor voetbal, hockey, athletiek enzovoort. In de toekomst hoopt men in een boerderij op het terrein een jeugdherberg te vestigen. De plannen voor het bouwen van een groot restaurant zijn gereed. Voorlopig zal men zich echter moeten behelpen met een ruim en modern ingericht theehuis. Het vorige jaar trok dit recreatieoord reeds ver in de omtrek van Kaatsheuvel veel belangstelling. Er waren dagen, dat er vijftienhonderd bezoekers kwamen.
 


Kaatsheuvel staat op het punt een eerste plaats op de lijst van toeristische attracties te bezetten -|- Scan:  Friso Geerlings © het WWCW 2005


Inmiddels ging men uitzien naar een bijzondere attractie, welke ook veel vreemdelingen zou trekken. De burgemeester, mr R. van der Heyden [sic], sprak daarover met de heer P. Reijnders uit Eindhoven en deze stelde hem voor een sprookjesbos te bouwen. Hij kreeg toen de opdracht zijn plannen uit te werken en daarmede nam hij een enorm werk op de schouders, waarvan hij het einde niet kon overzien. Om niet in een kermisachtig gedoe te vervallen en het geheel een artistiek verantwoorde opzet te geven stelde hij de bekende tekenaar Anton Pieck voor de ontwerpen voor dit sprookjesbos te maken. Na enige aarzeling nam deze de opdracht aan en tekende de ontwerpen, waarvan wij er hier enkele hebben gereproduceerd. Uit zijn rijke fantasie tekende Anton Pieck kastelen en sprookjesfiguren. De gemeentelijke bouwkundige van Kaatsheuvel, de heer G. Op den Kamp, die deze fantasieën moest gaan uitvoeren stond voor grote moeilijkheden. Het was niet de bedoeling kaarsrechte torens en daken te maken. Het geheel moest worden gebouwd zoals de tekeningen aangaven, met scheve torens en half verzakte daken, terwijl toch alles deugdelijk en sterk moest zijn. Er was heel wat experimenteren nodig om het juiste effect te bereiken. Daarenboven moest hij voortdurend toezicht houden op de metselaars, die gewend waren normaal te metselen, terwijl hier juist alles scheef en onregelmatig moest worden gebouwd! Hij moest zorgen voor oude stenen van boerderijen, die afgebroken werden, en voor oude leien voor de daken, liefst met het mos er nog op.

De put van Vrouw Holle -|- Scan:  Friso Geerlings © het WWCW 2005Wij zullen u niet alle geheimen verklappen, welke u in het sprookjesbos zult vinden, als dit op 31 Mei zal worden geopend, maar over enige van de attracties willen wij toch iets vertellen.

De toegang tot het sprookjesbos wordt gevormd door een groot kasteel met vier torens. Het kasteel is gelegen op een heuvel van zeven meter hoogte. Daar deze nieuw opgeworpen heuvel nog gaat zakken, kon de heer Op den Kamp het kasteel zomaar niet op de “berg” bouwen. Hij zette eerst lange palen op de vlakke grond. Daaromheen bracht hij het zand aan. En op de palen, dus eigenlijk hangende in de lucht, bouwde hij het kasteel. Ook als de grond gaat zakken, blijft het kasteel dus staan en men behoeft slechts de zandheuvel te “herstellen” om alles weer in orde te brengen. ’s Avonds zal het kasteel, vanwaar men ene prachtig uitzicht heeft op het bos, in het licht van schijnwerpers worden geplaatst en dan zal er een heks met een bezem door de lucht vliegen van de ene toren naar de andere. In het bos zelf zijn verschillende attracties opgesteld, die aan bekende sprookjes herinneren. Er zal een gouden nachtegaal zingen en terwijl hij zingt, zullen er uit de grond grote bloemen verrijzen, die zich openen en zich vervolgens weer sluiten en verdwijnen, als het lied ophoudt. Men zal er een enorme papegaai vinden, die doormiddel van een vernuftige geluidsinstallatie alles napraat, wat men hem voorzegt. Er zit, tweemaal levensgroot, de man uit “het sprookje van de drie knechten”, die alles ziet. Hij heeft een nek die langer kan worden, totdat hij ver boven de bomen uitkijkt. Er komt een dansvloer, waarop rode schoentjes zullen dansen. Men zal er het huisje vinden van Vrouw Holle met de put. Als men in de put kijkt, kan men beelden uit het sprookje zien. Tenslotte komt men op een open kasteelplein, waar een fontein met vier kikkers eromheen een gouden bal omhoogspuit. In een hoek van dit plein is de rustplaats van Sneeuwwitje. Zeven dwergen omringen haar en een vlucht van kleurige vogels vliegt rond haar kist. Aan de andere zijde van het plein zit een dwerg, die door middel van een geluidsinstallatie en een mechaniek de bezoekers vertelt en wijst, waar men een “kleine boodschap” doen kan. Van achteren is dit plein afgesloten door een kasteelpoort en een oude muur, waarlangs een gracht loopt, waarin goudvissen zwemmen. Tegen de kasteelmuur staan zes levensgrote herauten opgesteld, die zich om het uur naar een van de torens keren, de bazuin aan de mond zetten en een fanfare blazen, terwijl op de toren zes ruitertjes rondrijden en een mannetje met een hamer op een klok slaat. Al het mechanisme in het gehele bos en op het plein wordt bediend vanuit een controlekamer in een van de torens.

Sneeuwwitje -|- Scan:  Friso Geerlings © het WWCW 2005

We zullen niet verder vooruitlopen op hetgeen er allemaal te zien zal zijn. Wij hopen er nog eens op terug te komen, als het sprookjesbos eenmaal geopend is. Tenslotte willen wij nog enkele speciale moeilijkheden aanstippen, waarvoor onder andere de heer Reijnders, die als “regisseur” optreedt, zich geplaatst heeft gezien. Daar alles in de open lucht gebouwd wordt, moeten er speciale voorzorgen genomen worden om de poppen en het mechanisme tegen weer en wind te beschermen. Zo moet bijvoorbeeld de glazen kist, waarin Sneeuwwitje is neergelegd, luchtdicht worden afgesloten. Het vervoer van de kist was een uiterst riskant karwei. Na veel wikken en wegen zag de heer Reijnders geen andere oplossing dan de kist met Sneeuwwitje er in te laten vervoeren door een lijkauto. Alleen al om een klein onderdeel te laten maken, zoals bijvoorbeeld de gouden bal van de fontein, moest er zwaar gepuzzeld worden. De bal moest uiterst licht zijn en schitteren in het zonlicht. Daartoe heeft men eerst een beeldhouwer een zuivere ronde bal van klei laten maken. Daarna heeft een slijper er facetten op aangebracht, zoals dat bij een diamant gebeurt. Tenslotte ging men met deze bal naar een plasticfabriek, waar men in plastic twee halfronde afgietsels maakte, welke van binnen met bladgoud werden bekleed en vervolgens aan elkaar gelijmd. Voor de koppen van de herauten heeft de heer Reijnders zelfs een eigen preparaat moeten uitvinden, omdat de normale materialen, zoals die bij etalagefiguren gebruikt worden, niet tegen regen en wind bestand zijn. Nog tientallen andere problemen waren er te overwinnen. De kundigheid, de energie en het enthousiasme, waarmede initiatiefnemers, uitvoerders en werklieden het sprookjesbos aan het bouwen zijn, wekken zeer hoge verwachtingen! Alles wijst er op dat “het sprookje van Kaatsheuvel” een grote attractie voor het toerisme zal worden.

Opmerking: het WWCW heeft in dit artikel de spelling van "sprookjesbos" laten bestaan, hoewel wij in onze eigen teksten "Sprookjesbos" zullen hanteren als juiste wijze van hoofdlettergebruik.

Het huisje van Vrouw Holle -|- Scan:  Friso Geerlings © het WWCW 2005


 

 

© 1998 - 2005 Het Wondere Wereld Web / Het Wonderlijke WC Web | teksten: Erwin Taets, Friso Geerlings en Paul Melssen